Cultuur in de Spiegel - Verwijzingen in het beleid

Inleiding | Met CiS aan de slag | Theorie | Onderzoek | Wie | Nuttige links en documenten | Nieuws | Information in English | Contact

 

De Vlaamse beleidsnota onderwijs & Vorming van 2009 tot 2014 verwijst al naar deze referentielijn door op p. 17 te stellen dat:

‘Als we kunst- en cultuureducatie echt willen integreren in het leerplichtonderwijs, is er nood aan een doorlopende referentielijn voor geïntegreerde kunst- en cultuureducatie. Daarom neemt Vlaanderen deel aan een vierjarig Nederlands onderzoek op basis waarvan we, in samenwerking met het Vlaamse onderwijsveld, zo’n kader willen uitwerken. Verder wordt er nog dit jaar een onderzoek naar de vakgebonden eindtermen artistieke opvoeding of plastische en/of muzikale opvoeding in de eerste graad uitbesteed. Bij de herziening van het secundair onderwijs zal ik de resultaten van deze studies meenemen.’

Uit de Beleidsbrief 2011-2015 p.28  halen we volgende actie:

“3.2.5. CANON investeert in onderzoek m.b.t. cultuureducatie: CANON investeert jaarlijks in 1 onderzoekstraject. Voor periode van de huidige beheersovereenkomst investeert CANON in het onderzoek Cultuur in de Spiegel.”

De conceptnota Groeien in Cultuur, van de hand van ministers Schauvliege en Smet, goedgekeurd op de Vlaamse Regering op 27 januari 2012 wijdt als eerste actie een ruime aandacht voor het onderzoek Cultuur in de Spiegel:

“4.1.1. Een doorlopend en geïntegreerd referentiekader voor cultuureducatie in het kleuter- en leerplichtonderwijs: Als we cultuureducatie duurzaam willen integreren in het kleuter- en leerplichtonderwijs, is er nood aan een helder referentiekader, waartoe leerkrachten en andere cultuureducatieve actoren die voor deze doelgroep werken zich kunnen verhouden. Om werk te maken van deze fundamentele onderbouw, start in het voorjaar van 2012 het onderzoek Cultuur in de Spiegel Vlaanderen. Met dat vierjarig onderzoek willen we, in nauwe dialoog met het Vlaamse cultuur-, jeugd- en onderwijsveld, een continu referentiekader voor geïntegreerde cultuureducatie voor het kleuter- en leerplichtonderwijs laten ontwikkelen, dat aansluit bij de ontwikkeling en leefwereld van kinderen en jongeren, en hun hele schoolcarrière doorloopt. Dit referentiekader kan de basis vormen voor een hertekening van het onderwijscurriculum en inspiratie bieden bij de ontwikkeling van evaluatiestrategieën voor cultuureducatie. Op korte termijn willen we de uitgangspunten van Cultuur in de Spiegel meenemen in de hervorming van het secundair onderwijs, voor zover de voorlopige resultaten en timing dit toelaten. Hetzelfde geldt voor de afstemming van dit referentiekader met de hervorming van het Deeltijds Kunstonderwijs, waarbij we oog willen hebben voor de rol die het Deeltijds Kunstonderwijs kan spelen in de realisatie van cultuureducatie in het kleuter- en leerplichtonderwijs. Dit referentiekader voor cultuureducatie in het onderwijs willen we bewust verhouden tot de kijk van het cultuur- en jeugdbeleid op cultuureducatie. Daarom willen we de ontwikkeling van dit referentiekader gaandeweg ook laten convergeren met de optimalisering van het beleidsinstrumentarium voor cultuureducatie in de sectoren cultuur en jeugd”

Het gezamenlijk advies van de VLOR – SARC – VJR heeft als algemene opmerking dat het begrip cultuur, cultuureducatie en kunsteducatie vaag wordt gehouden en wat betreft kunsteducatie zelfs vermeden wordt. Ze vragen zich ook af hoe de timing van de hervorming secundair en DKO qua timing overeen kan stemmen met het onderzoek. Verder leggen ze ook de nadruk op een participatief project. Ze maken zich zorgen over de korte termijn van sommige van de inititatieven.

We denken dan ook met onze aanpak veel van hun bezorgdheden weg te kunnen nemen, doordat het onderzoek tegemoet komt aan verschillende van deze vragen: het geven van een stevig theoretisch kader als onderbouw voor de vraag wat is cultuur, cultuureducatie, kunsteducatie, erfgoededucatie,... Door van bij de opstart de verschillende andere hervormingen ter harte te nemen en tenslotte door een gedegen onderzoek van vier jaar ingang te laten vinden in het onderwijs- en cultuureducatieve veld.

 

Terug naar onderzoek